Het wegen van verdriet:
Onze kat is dood…
De
dood van een kind is niet te vergelijken met welk ander verlies dan ook. (…) De
traditionele kenmerken die gewoonlijk gebruikt worden om pathologische rouw
vast te stellen zijn heel normaal voor rouwende ouders en kunnen dus niet
gebruikt worden om te bepalen wat abnormaal is voor deze speciale vorm van
rouw.
Therese A. Rando[1]
Gotspe
Hoewel
we het met ons verstand misschien wel kunnen beredeneren (en willen toegeven)
dat je het verdriet van de een niet moet vergelijken met dat van de ander,
vraag ik mij toch af of we daar gevoelsmatig ook altijd toe in staat zijn. Ik
denk dat dit een probleem is dat al bestaat zolang mensen worden geconfronteerd
met zeer verschillende verliezen; zolang er mensen zijn.
Ook
in de rouwliteratuur wordt er regelmatig op gewezen dat we er niet aan kunnen
ontkomen te erkennen dat er grote verschillen zijn. Hoewel het heel gevaarlijk
is om de intensiteit van het verdriet om verschillende verliezen te wegen ten
opzichte van elkaar (“Mijn verlies is erger dan dat van jou”), is het minstens
zo gevaarlijk om geen rekening te houden met de verschillende unieke dilemma’s
waarvoor men bij zeer verschillende soorten verlies gesteld kan worden.[2]
Toen
we jaren geleden in ons land te maken kregen met de varkenspest, zei een boerin
van een van de getroffen bedrijven waarop de dieren geruimd werden, dat bij het
afvoeren en afmaken van de biggen het was alsof het haar kinderen betrof. Ik
heb bij het zien en horen daarvan iets gezegd wat niet zo netjes was.
Het is natuurlijk verschrikkelijk wanneer je het bedrijf dat je met hart en ziel hebt opgebouwd en waaraan je verknocht bent te gronde ziet gaan – voor veel boeren is hun bedrijf niet slechts een middel om zich een inkomen te verschaffen, het is hun ‘bestaan’, een wijze van leven – maar om bij het ‘ruimen’ van dieren vergelijkingen te maken met concentratiekampen en het verlies van kinderen, gaat te ver, is een aanslag op het hart en de ziel van overlevenden van die kampen en van ouders van overleden kinderen. Kom op zeg, je fokt dieren met de bedoeling om ze te laten slachten; het gaat hier om vleesproductie. Wanneer eendagsbiggen een lekkernij zouden zijn en er veel geld mee te verdienen valt, zou je ze zelfs direct na hun geboorte laten afmaken, die lieve, kleine biggetjes, en nu tranen met tuiten huilen omdat ze gedood worden zonder dat je er winst op kunt maken? Mijn woede en ergernis laait weer op nu ik deze beelden en uitspraken in mijn herinnering naar boven laat komen. Wat een gotspe, hoe kwetsend voor velen die in diepe rouw gedompeld zijn omdat een van de mensen van wie zij zielsveel houden is overleden.
De kat is dood
Maar
er zijn ook mensen die zielsveel van hun huisdier(en) houden. Ik moet toegeven,
ik kan mij niet in deze mensen verplaatsen. Ik begrijp niets van kostbare
dierenbegrafenissen en -crematies, alsof het mensen, alsof het kinderen betreft.
Meende hij het serieus of zag ik spot en cynisme in de ogen van Midas Dekkers
toen hij werd geïnterviewd over de nieuwe mogelijkheden van psychologische
begeleiding van huisdieren aan de universiteit van Utrecht?
Wij
zijn een keer mee geweest met een goede vriendin van ons toen ze haar hond liet
cremeren. Ze was moeder van drie kinderen van wie er twee zijn overleden. De
hond was een jarenlange kameraad in haar rouw en ik kon begrip opbrengen dat de
dood van dit dier haar verdriet versterkte. Ze was zich daarvan bewust en
relativeerde zelf dit verlies: “Het is een hond
hoor,” zei ze tegen ons (maar, let wel, ze liet daarbij het woord maar weg).
Ik
kan met mijn verstand wel beredeneren dat mensen in hun eenzaamheid al hun
liefde projecteren op hun huisdieren en dan bij hun dood om hen rouwen alsof
het mensen zijn. Maar ik sta niet in hun schoenen en kan het niet met hen meevoelen.
Ik geef toe, er zijn veel situaties waarin ik het verdriet van anderen weeg,
onbewust of min of meer bewust, en dat ik mij eerlijk gezegd niet kan
voorstellen dat een dergelijk verlies ‘een verlies voor het leven’ is. “Our cat
died, we know how you feel,” zingt Alan Pedersen, wiens dochter Ashley omkwam
bij een auto-ongeluk, in een lied dat hij maakte over de vele clichés die
rouwenden te horen krijgen.[3]
Belevingsgebieden
Het
is een populaire opvatting bij allerlei verliestherapeuten dat er om vrijwel
alle verliezen in je leven ‘gerouwd’ moet worden, of het nu de dood van je kind
betreft of het verlies van je baan, of het gaat om het verlies van je oude vertrouwde
omgeving bij een verhuizing of van je werkkring wanneer je met pensioen gaat,
bij het verlies van je jeugdliefde en wanneer de kinderen het huis uitgaan…
Talloze voorbeelden van meer of minder intense verliezen kunnen hier aan
toegevoegd worden.
Wanneer
om elk van deze verliezen gerouwd moet worden, wat bedoelen de mensen die deze
opvatting zijn toegedaan dan eigenlijk? Welke betekenis krijgt het woord
‘rouwen’ daardoor? Ben je dan niet bezig dit woord van zijn eigenlijke betekenis
te ontdoen? Het begrip te devalueren?
In
de ‘Dikke Van Dale’ wordt ‘rouw’, in alle gegeven betekenissen, steeds in
verband gebracht met verlies aan de dood. Nu is op veel begripsomschrijvingen
van dit woordenboek wel het een en ander af te dingen, maar het zegt wel iets,
omdat de samenstellers zich vaak aansluiten bij betekenissen die ‘algemeen
gebruikelijk’ zijn.
Ik
kom misschien iets verder aan de hand van Wim ter Horst, die schrijft[4]: “Ik vind het verhelderend om drie belevingsgebieden
te onderscheiden; dat van de ‘zinnen’ (het naar de zin hebben, ergens de zinnen
op zetten), dat van het ‘Ik’ en dat van het ‘hart’.”
Wanneer
ik een verlies lijd in het gebied van de ‘zinnen’, mijn zin niet krijg, dan is
er sprake van een teleurstelling.
Wanneer ik op het gebied van het Ik een deel van mijzelf kwijt raak, Ik-verlies lijd, moet ik mijzelf zien te
hervinden door te rouwen. Maar wanneer ik in mijn hart word gekwetst, mijn hart
breekt – mijn hart, dat mijn diepste wezen bij elkaar houdt –, dan beleef ik
een ervaring die onuitwisbaar is.
Teleurstelling
Dit
onderscheid dat Ter Horst maakt verduidelijkt mij veel, maar tegelijk wijst hij
mij er mee terecht, om niet te snel te oordelen over het leed waar anderen
onder te lijden hebben.
Er
zijn mensen die zo gewend zijn aan een bepaalde levenswijze, zich daar zo op
hebben ingesteld, dat ze oprecht menen armoede te lijden, wanneer ze als gevolg
van de kredietcrisis hun vakantiehuis moeten verkopen of in een goedkopere auto
moeten gaan rijden. Aan een teleurstelling lijd je wanneer je je zin niet krijgt.
Door dan je ‘zinnen te verzetten’ zou je een teleurstelling kunnen overwinnen,
hoewel dat soms zeer moeilijk is en veel, niet te onderschatten strijd kan
kosten.[5]
Ik-verlies
Voor
wie wordt ontslagen kan het verlies van zijn baan een zware teleurstelling zijn, waar moeilijk
overheen gekomen kan worden. Het kan ook een opluchting zijn, omdat je je er
toch al niet erg in thuis voelde. Maar wanneer die baan je lust en je leven is,
wanneer je niet een baan hebt, maar
in zekere zin je baan bent, dan
verlies je met je baan een stuk van jezelf, lijd je Ik-verlies. Dat geldt ook voor mensen die met pensioen gaan, voor
de één een bevrijding, voor de ander een soms heel zwaar verlies. Voor de één
is zijn huisdier gewoon een kat of een hond, die als ze doodgaan gewoon te
vervangen zijn, de ander is zo met hen vergroeid dat ze een deel van haar- of
hemzelf zijn geworden, als ze doodgaan is er sprake van Ik-verlies.[6]
Het zijn voorbeelden waarbij ik wel eens denk, dat ik door de dood van mijn kind alles wat voor anderen misschien grote waarde heeft te veel ben gaan relativeren. Er zijn zeer grote verschillen in ervaring, die ook om erkenning vragen, hoeveel moeite ik daar, gezien mijn eigen ervaring, ook mee heb.
Onvervuldheid: gekwetst
zijn in het hart
Soms
gaat een verlies ver over de grenzen van teleurstelling en Ik-verlies heen,
mijn leed vindt niet plaats in de
wereld, mijn pijn maakt geen onderdeel
uit van mijn werkelijkheid, nee, ik beleef het vergaan van mijn wereld, de werkelijkheid waarvan ik deel uitmaak is leed! Mijn hart dat mij als persoon,
als individu, bij elkaar houdt, breekt, ik dreig uit elkaar te vallen.
Het
raadsel van de onvervuldheid is niet op te lossen, maar dat betekent niet dat
ik het maar moet aanvaarden, mij er in berusting bij neer moet leggen. Het
betekent wel dat rouwen levenslang wordt, want wat ik heb verloren is niet te
hervinden; de wereld, alles om mij heen, en ikzelf, alles is voorgoed
veranderd.[7] Ik ervaar “dat de werkelijkheid niet is
zoals hij behoort te zijn en dat ik dus
ook niet ben die ik behoor te zijn; dat God niet is die ik dacht dat Hij
was; dat alles wat ik geleerd heb en geloofd heb, te kort schiet.”[8] Alles, echt alles is anders! En alleen ik lijk dat door te hebben! Wat een
eenzaamheid! Ik ga door het dal van diepe duisternis, ook wel de hel genoemd,
en het lijkt vrijwel onmogelijk van daaruit een nieuw leven op te bouwen.[9] En toch hoef ik dat niet te
accepteren, ik kan dit niet aanvaarden, ik wil de ‘wereld opnieuw leren’,
proberen mijn levensverhaal opnieuw te vertellen, mijn leven opnieuw te leven
met de ervaring die ik nu heb, ‘sadder and wiser’.[10]
Onvergelijkbaar
Soms
vraag ik mij af of ik het kan volhouden om alle nuances in ervaringen van
verlies en het daarmee gepaard gaande verdriet recht te doen. Ik begrijp de moeder
die mij zegt dat zij geen begrip kan opbrengen voor het ‘overmatige’ rouwbetoon
bij het verlies van ouders die een hoge leeftijd hebben bereikt: “Het was hun
tijd. Zij hebben hun leven gehad. Mijn kind had nog een heel leven voor zich.”
Toen
mijn ouders stierven waren ze beide ‘oud en der dagen zat’; het hoefde niet
meer, het was genoeg geweest. Ik had verdriet, maar mijn wereld was niet
vergaan. Toen mijn kind stierf, was dat totaal anders. De wereld verging, alle
veiligheid was weg, niets was meer betrouwbaar, totale machteloosheid, een
helse ervaring… Alle metaforen die we er voor kunnen verzinnen zijn onmachtig
die ervaring goed onder woorden te brengen; elk woord is eigenlijk te veel,
alle woorden van de wereld zijn te weinig om dit verdriet te ‘vertalen’.
Rouwen
als je met pensioen gaat? Om ontslag? Omdat de hond is doodgegaan? Om een
verloren puberliefde? Om… Ik wil niemand in zijn of haar verdriet te kort doen.
Maar toch…
Steeds
vaker wordt ook door wetenschappelijke onderzoekers en rouwtherapeuten vanuit
hun praktijk, met name door hen die ook ervaringsdeskundigen zijn, er op
gewezen dat de dood van een kind een verlies is dat niet te vergelijken is met
welk ander verlies dan ook.[11] zoals blijkt uit het citaat, waarmee ik
mijn betoog ben begonnen.
Onvergelijkbaar,
de suggestie van wegen zit er in. Onvergelijkbaar, het is maar wat je er onder
verstaat.
[2] Therese A. Rando (Ed.), Parental Loss of a Child. Blz. xii.
[3] “Onze kat is doodgegaan, we weten hoe jij je voelt.” Alan Pedersen, Worn Out Cliché’s. Van de cd More songs from the journey. EverAshley Music, 2008.
[4]
Dr. W. ter Horst, Nieuw licht. Over liefhebben, opvoeden en troosten. Kok, Kampen 1997. Blz. 69.
[5] Wim ter Horst, Over troosten en verdriet. Kok, Kampen 200410. Blz. 40.
[6] Wim ter Horst, Over troosten en verdriet. Blz. 42.
[7] Marinus van den Berg, Rouwen in de tijd. Een zoektocht in het landschap van afscheid en verlies. Ten Have, Kampen 2009. Blz. 182.
[8] Wim ter Horst, Over troosten en
verdriet. Blz. 47. Zie ook: Dennis Klass, The Spiritual Lives of Bereaved Parents. Brunner/Mazel,
Philadelphia P.A. 1999. Blz. 126 ev.
[9] Dr. W. ter Horst, Nieuw licht. Blz. 69.
[10] Thomas Attig, How
We Grieve. Relearning the World. Oxford University Press, New York 1996.
[11] Kay Talbot, What
Forever Means After the Death of a Child. Brunner-Routledge, New York 2002.
Blz. 48.

Laatste reacties